INTERVIEW


“Er moet geen eenheidsworst ontstaan”

Directeur De Bukehof, Oudenbosch

Manfred
Werger

“De structuur van het leerstofjaarklassensysteem staat onder spanning. Het is een ‘log instrument’ geworden.” Manfred Werger, directeur van De Bukehof in Oudenbosch, hoopt dat de nieuwe koers ervoor gaat zorgen dat “leerkrachten weer in hun kracht komen staan”.


Het strategisch beleidsplan van de Borgesiusstichting bevat grote ambities. Manfred, die ook lid is van de Werkgroep ‘Opleiden in de school’, spreekt over een “kantelpunt”. “Ik heb hier in mijn inmiddels lange onderwijsloopbaan meerdere strategische beleidsplannen voorbij zien komen. Maar dit strategisch beleidsplan gaat over belangrijke ontwikkelingen en trends in een voor het onderwijs behoorlijk spannende periode. De veranderende inzichten op het gebied van leren en de ontwikkeling van kinderen, de 21e eeuwse vaardigheden, de grote regeldruk in het onderwijs, de arbeidsmarktproblematiek, de groei van kindcentra, de veranderende opleidingsstructuur van Pabo’s. We moeten hard aan de bak.”

Wat zie je als je ‘boven het strategisch beleidsplan gaat hangen’ als de belangrijkste uitdaging?

“Ik hoop dat de leerkracht door de richting, die het SBP uitzet, goed zijn vak ‘herpakt’ en de balans weet te vinden tussen administratie, het voorbereiden en geven van goede, zinvolle lessen en vooral het begeleiden van lerende kinderen. Ik twijfel niet aan de professionaliteit van leerkrachten, maar leerkrachten zijn nu te veel bezig met administratie en met noteren. Ik hoop dat we met en door de professionele dialoog over het SPB beter in balans komen. Leerkrachten komen te weinig toe aan het voorbereiden van goede lessen, de hulp aan leerlingen en aan het gesprek over onderwijs. Hoe gaat het nu en hoe gaan we dat verbeteren? De school is bezig de visie opnieuw te formuleren en de componenten van het SPB om te zetten en in te passen binnen een nieuw schoolplan, een mooie uitdaging! Het vraagt om een kernachtige visie en een gedegen, brede aanpak binnen de pijlers van het SBP.”

Kun je je een concreet moment voor de geest halen waarbij je dacht: het systeem is toe aan vernieuwing?

“Ik denk dan aan het bezoek van de inspectrice in 2016. In haar visitatie van mijn school bezocht ze enkele groepen. Ze bezocht de groepen van vier leerkrachten. Ze constateerde dat het onderwijsniveau prima is en de werksfeer ontspannen. Dat is heel fijn en het is heel herkenbaar. Maar één opmerking, die ze maakte aan de leerkracht, was: “Je hebt nu kinderen, die wachten tot ze aan de beurt zijn en dan krijgen ze nog een keer instructie. Maar ze kunnen eigenlijk verder. Die kinderen kun je misschien al eerder loslaten.” Dat was één van de kernzinnen van haar. Haar opmerking en vooral het nagesprek hierover maakten duidelijk dat het anders kan. De traditionele manier van werken kan een rem zijn voor veel kinderen.”

“We hebben in dit systeem vaak kinderen in de klas/groep en één persoon vóór de klas, die het allemaal moet regelen. Als je binnen de traditionele manier denkt, moet het binnen vier muren gebeuren. De vraag is of het leerstofjaarklassensysteem een haalbare structuur is om de vaak complexe vraagstukken binnen de verschillen in de ontwikkeling van elk kind op te lossen. Het wordt nu steeds moeilijker om recht te doen aan elk kind. ”


"De Bukehof heeft al vijftig jaar eigen accenten.
Dat maakt ons herkenbaar voor
kinderen en ouders"


Met welke ogen kijk je als schoolleider naar het SBP?

“We zitten met 15 scholen binnen een stichting. Er moet geen eenheidsworst ontstaan. Ik ben daar zelf als schoolleider alert op. De Bukehof heeft al vijftig jaar eigen accenten. Dat maakt ons herkenbaar voor kinderen en ouders. Het SBP heeft grote ambities en daar geniet ik ook van. Gelukkig heeft ons bestuur aangegeven dat we ook ruimte krijgen om zaken binnen de kaders zelf te realiseren. Dat moet ook kunnen.”

Hoe zie je de relatie tussen het SBP en het eigen schoolplan?

“De doelen van het SBP zijn helder en duidelijk, soms is er zelfs een jaartal en een maand aan gekoppeld. Op De Bukehof bevinden we ons in het visietraject en zijn we aanbeland bij het herformuleren en het bijstellen van de visie. Daarna gaan we kijken wat haalbaar is en waar we al een voorzet in kunnen nemen. We werken bijvoorbeeld al met Snappet, zodat leerlingen op een individueel niveau kunnen werken. Uiteraard is de computer maar een middel, maar het helpt wel bij één van de hoofddoelstellingen: het gepersonaliseerd leren.”

Hoe zie je de rol van de clusters?

“Als cluster krijg je dingen voor elkaar, die je als individuele school veel meer moeite zouden kosten. Naast het schoolplan hebben we in ons cluster een clusterjaarplan. Ik zie het cluster als een mooie en vruchtbare samenbundeling van scholen om elkaar te versterken. Bij ons cluster is er veel overleg over het reilen en zeilen van de scholen en er zijn al cluster-brede werkgroepen, zoals de werkgroep Plusklas en de werkgroep Meer- en Hoogbegaafdheid. De Plusklas draait nu bijna twee jaar voor alle vijf scholen in ons cluster. Ook proberen we in clusterverband administratieve zaken effectief te organiseren om de werkdruk te verlagen en ondersteunend personeel te koppelen aan verschillende scholen.”

Doe mee, denk mee, praat mee: redactie@vormdebalans.nl


© 2018 Borgesiusstichting/Spelen = Leren