Leren in Balans

Een andere koers

Slagen we er met ons huidige onderwijssysteem in om onze leerlingen uit te dagen en ze te stimuleren het beste uit zichzelf te halen? Als je er de rapporten van de Onderwijsraad, de Inspectie voor het Onderwijs en de OESO op na slaat, kom je tot een eensluidend antwoord. Het onderwijs is niet slecht, maar een belangrijk deel van de leerlingen verveelt zich vaak en presteert onder zijn kunnen. De leerlingen voelen zich te weinig uitgedaagd en worden in te geringe mate actief betrokken bij de les.


Hebben we die blik van buiten eigenlijk wel nodig om tot de conclusie te komen dat ons huidige organisatiemodel tegen de houdbaarheidsdatum loopt (of die al overschreden heeft)? Ervaren we zelf niet in toenemende mate de beperkingen van ons huidig onderwijssysteem, dat gekenmerkt wordt door de leerstofjaarklassenorganisatie? Het systeem waarmee velen groot geworden zijn en dat zich sinds de invoering van de eerste leerplichtwet in 1901 (door de naamgever van onze Stichting) heeft ontwikkeld en verankerd is in ons DNA. Een systeem, dat successen gebracht heeft ….. maar de tijd, de maatschappij en de leerlingen zijn wel veranderd. Waar het vroeger goed paste, ervaren we nu in toenemende mate problemen.


Wij zien het als onze missie om kinderen te ondersteunen en te begeleiden bij hun groei tot evenwichtige volwassenen, die participeren in een samenleving waarin zij als wereldburger hun eigen waardevolle bijdrage leveren. Uiteraard stellen wij onszelf de kritische vraag hoe wij deze missie binnen ons huidige onderwijs optimaal kunnen uitvoeren. Zijn er niet voldoende redenen om te bezien hoe we de betrokkenheid en leergierigheid van kinderen kunnen vergroten door ons onderwijs anders te organiseren?

Nieuw strategisch beleidsplan

In het nieuwe strategische beleidsplan van de Borgesiusstichting en Stichting Spelen=Leren, dat tot stand gekomen is na gesprekken met schooldirecteuren, leerkrachten en ouders, geeft het College van Bestuur een duidelijke richting aan. We gaan het anders doen. De koers voor de komende drie jaar wordt het best verwoord in ons mission statement.


“Leren in balans, in verbinding met elkaar,

met ruimte voor ieders talenten en verantwoordelijkheid,

gericht op de wereld van morgen.“


We willen een organisatie zijn die spelen, leren en ontwikkelen van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar richting en inhoud geeft vanuit het streven naar een balans tussen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

Dit uitgangspunt schept verwachtingen ten aanzien van de wijze waarop onderwijs en opvang wordt vormgegeven. Niet alleen de cognitieve ontwikkeling van het kind staat centraal, maar ook de sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen.

Vertaald naar het niveau van het kind:


· Ik beschik over kennis, die ik kan toepassen en mij helpt om kritisch te zijn. (Kwalificatie)


· Ik kan samenwerken, waarbij ik dienstbaar kan zijn aan de ander en in staat ben om mijn mening te herzien. (Socialisatie)


· Ik ben in staat om eigen keuzes te maken en voel mij zelfbewust, verantwoordelijk en wil aanspreekbaar zijn op mijn inbreng. (Persoonsvorming)

Aan ons de uitdaging een gezond leer- en werkklimaat te creëren waarbinnen het leren van en met elkaar gestimuleerd en onderhouden wordt.

Om bovenstaande daadwerkelijk te kunnen bereiken is het nodig om ons onderwijs anders te gaan organiseren. De speerpunten daarbij voor de komende periode zijn:

1. Herijking leerstofjaarklassensysteem

We willen een organisatie zijn waarbij we voor kinderen zoveel mogelijk een doorlopende speel-, leer- en ontwikkelingslijn realiseren. Dit uitgangspunt vraagt om een herijking van het leerstofjaarklassensysteem omdat dit systeem te weinig rekening houdt met de individuele ontwikkeling van kinderen.


Bij het leerstofjaarklassensysteem is de leerstof het startpunt. Er is een totaalaanbod beschikbaar van leerstof die de leerlingen jaarlijks zouden moeten kunnen leren, waarbij de basisgedachte is dat aan kinderen van dezelfde leeftijd dezelfde prestatie-eisen kunnen worden gesteld. Dit systeem kent een aantal belangrijke nadelen en hindert ons om echt passend onderwijs mogelijk te maken.


Door een flexibelere organisatie van het onderwijs kan een passender aanbod voor kinderen worden gerealiseerd. Dit aanbod zal niet altijd meer in de klas door de “eigen” leerkracht worden aangeboden maar steeds vaker zal er sprake zijn van een groepsoverstijgend aanbod passend bij de onderwijsbehoefte van het kind.

2. Diversiteit samenstelling personeel

We willen een organisatie zijn waarbij er ruimte is om meerdere functies in te zetten ten behoeve van de ontwikkeling van kinderen.

Het systeem waarbij slechts één vaste leerkracht betrokken en verantwoordelijk is voor het volledige onderwijsleerproces aan een groep kinderen nadert zijn einde. Binnen een school zijn vele taken te onderscheiden. Het is dan ook logisch om te streven naar variatie in de opbouw van schoolteams. Naast allround leerkrachten dient er plaats te zijn voor de specialistische leerkracht, maar ook voor de onderwijsassistent, de leerkrachtondersteuner en de student in opleiding. Meer diversiteit in de opbouw van een schoolteam komt de organisatie van de school ten goede, die steeds meer onder druk komt te staan bij een eenzijdige personeelsopbouw en het onderwijsleerproces, omdat specifieke kwaliteiten beter benut kunnen worden. Door op een constructieve manier samen te werken wordt het team van professionals gezamenlijk verantwoordelijk voor een groep kinderen.


3. (Door)ontwikkeling van clusters

We willen een organisatie zijn waar expertise binnen de clusters beter wordt ingezet en gedeeld.

Het gangbare organisatiemodel waarbij individueel opererende scholen het onderwijs in de volle breedte aanbieden kent belangrijke nadelen. Het wordt steeds lastiger, zo niet onmogelijk, om in elke school zelfstandig te voorzien in alle expertise, nodig voor een goede inrichting voor passend, uitdagend onderwijs, gericht op de brede ontwikkeling van kinderen. Daarom heeft de Borgesiusstichting gekozen voor het clustermodel waarin intensief wordt samengewerkt op alle niveaus. Hoewel scholen de organisatorische eenheid blijven, heeft het cluster waarin zij verenigd zijn een aanjagende werking voor die scholen. Dit samenwerken en kennis uitwisselen in clusters is geen doel op zich maar een middel om het onderwijs aan onze kinderen direct of indirect te optimaliseren.

In de achter ons liggende periode is er een bescheiden start gemaakt met dit organisatiemodel. Het is van belang om dit krachtig door te ontwikkelen.


4. IKC ontwikkeling

We willen een organisatie zijn waarin alle scholen onderdeel van een kindcentrum worden. Zo wordt voor elk kind een doorlopende speel-, leer- en ontwikkelingslijn gerealiseerd en is sprake van een totaalaanbod op één plek.

In een integraal kindcentrum zijn verschillende voorzieningen onder één dak te vinden. Dit betekent dat de kinderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven en niet telkens hoeven te verhuizen van de ene naar de andere plek. Daarnaast hanteren alle voorzieningen dezelfde werkwijze. Voor een kind schept dat duidelijkheid. Een belangrijk doel van de samenwerking tussen de voorzieningen is het realiseren van één ononderbroken ontwikkelingslijn voor de kinderen. Hierdoor krijgt het kind de kans om zich optimaal te ontwikkelen. Omdat een integraal kindcentrum niet enkel opvang en onderwijs aanbiedt, maar ook culturele activiteiten en sport wordt de brede ontwikkeling van kinderen gestimuleerd. Dit is een belangrijke ondersteunende voorwaarde voor leren in balans.

Door in de komende periode nadrukkelijk in te zetten op de ontwikkeling van een kindcentrum kunnen we bereiken dat menskracht en middelen optimaal worden ingezet.

Structurele samenwerking tussen alle professionals zal er toe bijdragen om vanuit één pedagogische visie te komen tot een samenhangend aanbod voor kinderen.

Hoe gaan we dit doen?

We zijn ons terdege bewust van de impact van de koerswijziging. Met name het anders organiseren van het onderwijs, waarbij afstand gedaan wordt van het geijkte leerstofjaarklassensysteem is een ingrijpende opgave. Dit hebben we niet van de één op de andere dag georganiseerd.

Allereerst hebben we ervoor gekozen om een realistische doelstelling centraal te stellen. We gaan er niet vanuit dat in no time het leerstofjaarklassensysteem volledig verdwijnt. Wat we wel willen en haalbaar achten, zijn de volgende doelstellingen:


In 2020 is op elke school sprake van een start met het doorbreken van het leerstofjaarklassensysteem:


· Iedere school heeft een visie ontwikkeld op het anders organiseren van het onderwijs.


· Een aanwijsbaar deel van het weekprogramma wordt niet meer volgens het leerstofjaarklassensysteem aangeboden.


· Iedere school heeft de 21e-eeuwse vaardigheden vertaald naar een aanbod.


· De opvang / het onderwijs heeft een didactische en pedagogische aanpak ontwikkeld, die aansluit bij de verschillende manieren waarop kinderen leren en zich ontwikkelen.

Handreikingen

Richting bepalen, weten waar je naar toe wilt, is één. Daarmee is het doel nog niet gerealiseerd. In de komende periode zullen er verschillende handreikingen gedaan worden om gezamenlijk met de uitdagende opdracht aan de slag te gaan. Zo zal “onderwijs anders” het centrale thema zijn van de Borgesius-/Spelen = Leren-dag, die op 12 oktober 2018 georganiseerd wordt. Vanuit verschillende invalshoeken zal dit thema belicht worden. Daarnaast zullen er specifieke op de doelstelling gerichte professionaliseringstrajecten worden georganiseerd.

Veel is ook te leren van scholen, die al verder zijn in de veranderde vormgeving van het onderwijs. Een bezoek aan die scholen en een gesprek met de leerkrachten over hun bevindingen zal zeker interessant en leerzaam zijn.

Door de introductie van een e-magazine, dat ieder kwartaal zal verschijnen, zullen we elkaar op de hoogte houden van interessante ontwikkelingen en voorkomende vraagstukken.

Binnen onze Stichting zijn er al scholen, die zich vanuit hun eigen motieven aan het oriënteren zijn op een veranderde onderwijsorganisatie. Het is heel mooi om te zien dat dit enthousiasme en nieuwsgierigheid teweegbrengt bij leerkrachten en dat ze gemotiveerd zijn om op hun eigen school aan de slag te gaan om het onderwijsleerproces anders in te richten.

Dat zijn eigenschappen, die ons allemaal goed van pas komen bij de realisatie van de doelen van dit nieuwe strategische beleidsplan, die ingrijpend maar zeker ook uitdagend zijn, gericht op:


“Leren in balans, in verbinding met elkaar,

met ruimte voor ieders talenten en verantwoordelijkheid,

gericht op de wereld van morgen.“


Jos Krebbekx,

Voorzitter College van Bestuur

Robert-Jan Koevoets, lid College van Bestuur

Borgesiusstichting/Spelen=Leren

Doe mee, denk mee en praat mee: redactie@vormdebalans.nl


© 2018 Borgesiusstichting/Spelen = Leren